Home BIZ News HOOGLERAAR IRENE VAN STAVEREN ‘Economie is veel meer dan alleen de overheid en de markt’

HOOGLERAAR IRENE VAN STAVEREN ‘Economie is veel meer dan alleen de overheid en de markt’

door Twentevisie
91 views

Ze is niet groot, maar veel mannen zouden willen dat zij haar invloed hebben in Den Haag en in menige bestuurskamer. Irene van Staveren (57), een pittige dame. Ze is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit en ze schrijft tweewekelijks een column in Dagblad Trouw. Pa was zeeman, moeder werkte bij de hoogovens. Niet echt een rode loper voor een toonaangevende rol in de moderne economie. “Ik ging met een ideaal economie studeren. Ik wou de wereld verbeteren, de werkloosheid oplossen, armoede bestrijden, derdewereldlanden helpen opstomen. Ik had wel door dat je dan geen sociologie moest studeren of antropologie.”

Ze is een van de weinige topvrouwen in de economische sector die vooral door grijze maatpakken wordt gedomineerd. “Toen ik economie studeerde, was ik een van de weinige vrouwen. Inmiddels neemt het aantal toe, maar de wetenschap als geheel is nog steeds een mannenwereld. Dat valt niet altijd mee en in die zin heb ik misschien ook geluk gehad dat ik een niche zelf heb ontwikkeld. Toen ik studeerde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam begon ik me enorm te ergeren in het eerste jaar over de standaardveronderstellingen achter een economisch model. De economisch agent – dat zijn wij dus, dat zijn de termen die gebruikt worden – is altijd rationeel. Je maakt altijd kostenbaten analyses, maximaliseert altijd het nut. Dat is natuurlijk niet zo in de werkelijkheid.” Ze vervolgt: “Economie is een mens-wetenschap en er werd toen net gedaan of wij een soort toegepaste wiskunde waren. Praat met de eerste de beste ondernemer en je hoort dat economische beslissingen nemen mensenwerk is. En die gaat niet altijd het rijtje af met calculaties.”

Economie is mensenwerk We zeuren nog even door. Een mooie vrouw wordt in dat wereldje toch nauwelijks serieus genomen door CEO’s en andere mannen die aan de touwtjes trekken. Nemen ze u serieus? “Toen ik jonger was, was dat ook best lastig. Maar het gekke is, ik heb weinig problemen met ondernemers met het verhaal, want we snappen allebei dat economie mensenwerk is. Ik heb veel meer problemen met economen die alleen maar denken in termen van modellen.” En: “Jaren geleden stond ik bij het kopieerapparaat toen een man mij een paar A4-tjes in de hand drukte en vroeg voor hem ook een paar kopietjes te maken. Tja, dan ben je universitair docent. Dus ik dacht, ik ga maar weer een bril dragen en dat heeft geholpen. Toen zag ik er wat ouder uit en nu heb ik natuurlijk de leeftijd dat ik terug moet naar contactlenzen,” lacht ze. “Dat heb ik in het begin van mijn carrière gehad. Nu heb ik natuurlijk enige naamsbekendheid. Ik schrijf alweer vier jaar die column bij Trouw.” Dus als u nu iemand benadert, verbinden ze meteen door? “Het is andersom. Ik word elke week wel een paar keer benaderd om te komen spreken, iets toe te lichten, op de radio wat te zeggen…..”

Ze is mede bekend geworden door haar eigenzinnigheid; ze was ontevreden over de bestaande economische modellen en ontwikkelde een “meer menselijk economisch model. Waar een sociale, culturele en psychologische kant aan zit. Daar heb ik mij vroeg in ontwikkeld; nu is dat trouwens gedeeltelijk onderdeel geworden van het economisch onderwijs in de mainstream.” Iets concreter. “Economie is mijns inziens toch veel meer dan alleen de overheid en de markt. Er is een derde domein; het grappige is dat daar economen eeuwenlang over hebben nagedacht, maar dan weer onthand zijn met het schrijven daarover. In het Engels bestaat daarvoor de term ‘community economy’.


‘IK HEB PROBLEMEN MET ECONOMEN
DIE ALLEEN MAAR DENKEN IN TERMEN VAN MODELLEN’


Coöperatieve ondernemingen
Een voorbeeld van zo’n bedrijfsmodel is een coöperatieve onderneming.” Zoals de Rabobank en melkcoöperaties? Daar word je toch ook niet altijd vrolijk van. “Dat zijn ook geen werknemerscoöperaties. Als je gaat werken bij de Rabobank dan krijg je geen aandeel in de Rabobank en geen stemrecht en kun je ook niet verkozen worden in de Raad van Bestuur. Mij gaat het om werknemerscoöperaties. Een geweldig voorbeeld is een business-to-business schoonmaakbedrijf dat kantoren schoonmaakt: Schoongewoon. Die is een paar jaar geleden ontstaan na de staking van schoonmakers bij de Spoorwegen. De schoonmakers krijgen het laagste loon, worden soms ook letterlijk als vuil bejegend en ze wilden sterker in hun schoenen staan. Toen hebben ze samen een werknemerscoöperatie opgericht, ze zijn zelf aandeelhouders en er is een raad waarin ze gekozen kunnen worden. Het grappige is dat niet zelden betere resultaten worden behaald. In Geneve zit de internationale arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties. Daar nam ik vaak mijn studenten mee naar toe. Die arbeidsorganisatie heeft een eenheid die zich met coöperatieve bedrijven bezighoudt. Die hebben onlangs een studie gepresenteerd waaruit blijkt dat tijdens de coronacrisis coöperatieve bedrijven minder te lijden hebben gehad. Die hebben een grotere financiële, maar ook een sociale buffer. Die werknemers/aandeelhouders overleggen en leveren soms zelfs een deel van het loon in.”

Bankcultuur
Kriebelt het nooit om zelf aan het roer te staan? “Ik interview ondernemers. Ook bankiers. Net na de crisis toen we al wel wisten dat er dingen niet goed zaten.” Dat ze daar toestemming voor kreeg, lag niet voor de hand. Het mocht, maar het moest anoniem. Maar nog steeds lastig, meewerken aan een artikel dat in de krant zou komen. Over henzelf… Soms zeiden ze: u mag dat best onderzoeken bij onze bank, maar wij willen niets in de media zien. Ik antwoordde dat ik als wetenschapper schrijf en de vermeerdering van de kennis van ons allemaal is. Dus nee, ik laat mij niet verbieden op het NOS-journaal over dat onderzoek te vertellen. Het werd 1Vandaag, maar goed. Toen hebben ze dat onderzoek zelf intern gedaan, want ze vonden het wel relevant om over bankculturen te schrijven. Alleen niet zo degelijk als ik dat deed en daarom deed ik het via de achterdeur van de vakbonden toch…” Het was in de tijd (financiële crisis) dat je op een verjaardag maar niet vertelde dat je bij een bank werkte. De vakbonden werden op de hoogte gehouden via hun leden bij de banken. En zij zagen ook dat er iets is met die bankcultuur, dus toen heb ik samen met de vakbonden een enquête-lijst opgesteld met vragen. Daar zijn heel belangrijke dingen uitgekomen, met als belangrijkste dat die bankiers helemaal geen grote graaiers zijn. De grote meerderheid heeft een goed functionerend moreel kompas. Alleen de baas dwingt af dat het in de onderste la van het bureau ligt. Ze worden afgerekend op omzet halen, zoveel mogelijk hypotheken verkopen, autoleningen afsluiten. Ze mogen het morele kompas niet gebruiken want dan moet je soms tegen de klant zeggen: ‘beter van niet’.” Ze wil niet praten over deugen of niet deugen. “Veel relevanter is dat er bepaalde prikkels in die bankcultuur zitten die er eigenlijk voor zorgen dat mensen niet de autonome beslissingen kunnen nemen die wij verwachten van bankiers. Dat heeft voor een groot deel te maken met wat de Engelsen zo mooi zeggen: ‘Key Performnance Indicators’. Je moet je scores halen, je KPI’s. Dus onderlinge competitie bestaat, want ja, we weten allemaal dat banken krimpen, dus bij de volgende ronde lig jij of ik eruit. Nou, dan scoren ze door informatie achter te houden. Een ondernemer weet dat je juist vertrouwen moet hebben, een band moet scheppen; dat is ver te zoeken in de bankwereld.”


‘HET IS GEBLEKEN DAT BANKIERS HELEMAAL GEEN GROTE GRAAIERS ZIJN’


Ook internationaal bekend
Ze krijgt veel reacties op haar column in Trouw. “Reacties dat ze gaan nadenken over wat ik geschreven heb, maar ook wel eens boze reacties. Zoals van de voorzitter van het Nederlands Verbond van Verzekeraars. Het ging over een overstromingsverzekering waar ze nooit op konden verliezen, want als de schade hoger dan een bepaald bedrag was, helpt de overheid. Ik laat Eric, die bij Twentevisie fotograaf is, altijd mijn column lezen. Bij die column adviseerde hij een grapje toe te voegen. Toen eindigde ik mijn column ermee dat het een zompig plan was. Twee dagen later kreeg ik een reactie van de voorzitter dat hij niet gecharmeerd was. De verzekering is toen gelukkig niet doorgegaan.” Ook internationaal weten ze van haar bestaan. “De Unido, de industrietak van de Verenigde Naties, stimuleert industrialisering in ontwikkelingslanden en die vroegen mij – ik deed onderzoek naar sociaal kapitaal en heel weinig economen zijn daarin geïnteresseerd – ‘aan welke knoppen moeten wij draaien om het sociaal kapitaal in ontwikkelingslanden hoger te krijgen?’. Een collega van mij had zijn proefschrift geschreven over de schoenensector in India. We hebben toen Vietnam en Ethiopië gekozen, allebei belangrijk in de opkomende schoenenproductie in ontwikkelingslanden. Kleine spelers in de schoenexport, maar we dachten, dat is leuk, dan kun je vergelijken, ook al omdat Ethiopië bekend staat als land dat de beste kwaliteit leer ter wereld produceert. Dus wij dachten dat Ethiopië de winnaar in onze vergelijking zou worden. Niet dus! In Londen wordt elk jaar een grote schoenenbeurs gehouden. Daar komen de importeurs en de exporteurs. Zowel uit Vietnam als Ethiopië kwamen er twee om de sector promoten en contracten binnen te slepen. Wat bleek? Die Vietnamezen kwamen met een contract terug, de Ethiopiërs niet. Die zaten ruzie te maken. De Vietnameze concurrenten begrepen dat ze om contracten binnen te halen samen moesten werken. In Ethiopië hebben ze topkwaliteit leer terwijl dat in Vietnam geïmporteerd moest worden via Koreanen die daar flink op verdienden. Maar de productieketen van leer naar schoen is in Ethiopië opgedeeld tussen clans en die vertrouwen elkaar niet.” Uit dit voorbeeld blijkt eens te meer dat, zoals hoogleraar Irene van Staveren zegt, economie mensenwerk is.

Gerelateerde artikelen

X